Dossier: RUG-huisdichter

 
‘Een goed gedicht is een filmpje in taal’

Guido van der Wolk, de nieuwe huisdichter van de RUG, is een zoeker. Zijn gedichten zijn experimenten, uitgevoerd met een open geest. Kleinmenselijke zielenroerselen boeien hem niet zo. Het hele universum staat voor hem open. ‘Vertrek van nergens naar het andere.’

Guus Termeer

Zijn eerste gedicht was geënt op Paul van Ostaijen en stond in de bundel ‘De pimpelpaarse pissebed’. “Dat was mijn debuut”, zegt Guido van der Wolk (22), student sterrenkunde en wijsbegeerte, en de nieuwe RUG-huisdichter. “Op mijn lagere school, de montessorischool in Bilthoven, kwam een dichteres, waarvan ik de naam ben vergeten. Ze ging met ons gedichten schrijven en de beste kwamen in die verzamelbundel. Dat heb ik altijd onthouden, dat dichten echt leuk kan zijn.”
Toch duurde het jaren voordat hij de literaire pen opnieuw oppakte. Pas als tweedejaars student sterrenkunde in Groningen meldde hij zich drie jaar geleden bij cultureel studentencentrum USVA, voor een schrijfcursus. Onder leiding van schrijver/docent Ronald Olhsen maakte Van der Wolk ultrakorte verhalen en toen zijn schrijfgroepje na de cursus doorging als ‘Schrijflab’ waagde hij zich ook aan poëzie. “Een gedicht is nog korter. Woorden hebben nog meer lading. Goede poëzie kan veel oproepen.”
Ongeveer vijftien gedichten heeft hij inmiddels geschreven. Maar een eigen geluid? Daarvoor is het nog wat vroeg. Guido van der Wolk is nog in de fase van het experimenteren. “Ik ben nog zoekende, met een open geest. In mijn gedichten moet iets gebeuren. Een goed gedicht is een soort filmpje in taal. Met pakkende beelden, iets absurds soms, zodat je het onthoudt.
”Maar ook de inhoud is belangrijk voor de nieuwe dichter. In zijn verzen speelt hij met filosofische ideeën, gedachten die hem ook bij zijn studies bezighouden. “Ik ben eigenlijk een alfa die een bčtastudie is gaan doen.”
Vier jaar geleden begon Van der Wolk met de studie sterrenkunde, uit interesse voor grote vraagstukken als de werking van het verschijnsel ‘tijd’, de oorsprong van het leven en het bestaan van vele mogelijke werelden in het universum. Maar sterrenkunde bleek toch technischer dan hij had verwacht, met veel rekenwerk achter de computer. Om een meer “algemene kijk op het universum” te krijgen, nam hij er vorig jaar wijsbegeerte bij. “Uomo universale, dat beeld trekt me wel.”

Blonde ogen

Tijdloze gedichten wil de nieuwe huisdichter schrijven, over universele thema’s. Onderwerpen als liefde of persoonlijke gedachtekronkels, vindt hij minder interessant. Zo ademt zijn gedicht ‘Gebakken Licht’, over het einde van een liefdesrelatie, niet de verwachte sfeer van verdriet, twijfel of woede. “Was het een dinsdagavond/waarop je vertelde/dat ik verder leven zou/zonder je blonde ogen, lief/geluk zou nooit lang duren.”
Als een soort objectieve toeschouwer beschrijft de dichter zijn verloren liefde. Berustend, tevreden bijna. Onder het motto: het gaat zoals het gaat, dingen zijn zoals ze moeten zijn. “De mens is slechts een van de vormen van leven in het heelal”, zegt Van der Wolk relativerend. “Wat niet wil zeggen dat ik een kille dichter ben. In dat gedicht wil ik juist laten zien dat ruimte en licht heel boeiend zijn.” Dus eindigt het gedicht met een soort lofzang op de zonsopgang: “Misschien staakte het licht rondom/het lichtledige is sterker bij opkomst van de zon/rode wolken, lief/die de hemel samentrekken/warmlicht in een cirkelbaan”.

Tijdloos

De nieuwe RUG-huisdichter zit al vol plannen voor het komend studiejaar. Hij wil in zijn gedichten “commentaren op het nu” geven die ook “iets tijdloos” in zich dragen. Misschien zit er wel een gezamenlijk project in met Gerrit Krol, een schrijver met wie hij zich nauw verwant voelt. “Ook hij heeft die combinatie van wiskunde en taal.” En als het even kan heeft hij graag een eigen kamertje, waar hij als huisdichter zijn verzen kan schrijven. Een mooi plekje in de Universiteitsbibliotheek, bijvoorbeeld, of een kamertje in het torentje van het Academiegebouw.
Ook wil hij als huisdichter vaker optreden. “Elke keer als je een gedicht voordraagt, gebeurt er iets anders. Mensen wijzen je na afloop op interpretaties die er in zitten en ook zelf zie je steeds weer andere dingen in je eigen gedichten. Bij een voordracht gaat het gedicht echt leven.


Dubbelstudent wordt de nieuwe RUG-huisdichter

Student sterrenkunde en wijsbegeerte Guido van der Wolk (22) is uitverkozen tot de RUG-huisdichter 2002-2003. De jury was vol lof over zijn beeldende gedicht ‘Grenzeloze wetenschap’ en het andere dichtwerk dat hij instuurde. De nieuwe huisdichter zal het winnende gedicht op 2 september voordragen tijdens de officiële opening van het academisch jaar in de aula van het Academiegebouw. De titel van het gedicht ‘Grenzeloze wetenschap’ is ontleend aan een nota van de akademie van wetenschappen knaw over het gebrek aan jonge onderzoekers in Nederland en de noodzaak om buitenlandse promovendi aan te trekken. “Ik vind het jammer dat zo weinig studenten voor de wetenschap kiezen”, zegt de nieuwe huisdichter. “In mijn gedicht probeer ik te laten zien hoe fascinerend wetenschap kan zijn.” Guido van der Wolk is de derde huisdichter van de rug. Komend studiejaar publiceert hij in de UK zijn poëtische commentaren op actuele universitaire gebeurtenissen en thema’s.
 

 home > huisdichter > interview Guido van der Wolk