Dossier: RUG-huisdichter

 
Eén nacht (zomer)

Het ongedouchte meisje
bloost blanke wangen
aan de onbekende kant
van de deur
minder struikelend
aan de andere kant
van het donker
voorbij het natte nachtgras.

Afscheid is niet erg
als het zo hoort
als het zo is afgesproken
tussen de glazen door
was het besloten

een zoen ter verzegeling.

De lichtheid van één keer,
ze fietst de straat uit
door de wolkenloze morgen

(zwaait nog -dat wel-
voor een mogelijk
toevallig weerzien
bij de zuivel.)

Niemand huilt.
Het zal wel zomer worden.

©Jurre van den Berg 
 

    home > huisdichter > Eén nacht (zomer)