Dossier: RUG-huisdichter

 

‘Ik wil mensen mijn ogen lenen’

Poëzie kan fris en verrassend zijn. Dat is het motto van Jurre van den Berg (19), de nieuwe huisdichter van de RUG. Voor hem geen grootse thema’s of persoonlijke ontboezemingen. Verwondering over het dagelijkse leven, daar gaat het om, en de schoonheid van het detail.

Guus Termeer

Een echte lezer was hij niet en literaire ambities waren hem vreemd. Eigenlijk is het allemaal begonnen met een module poëzie schrijven en analyseren in de vierde klas van het Wessel Gansford College. Zijn leraar Nederlands stuurde gedichten van enkele leerlingen op naar de redactie van Doe Maar Dicht Maar, een stichting voor jongeren en poëzie. En zo kwam het dat Jurre van den Berg, de nieuwe huisdichter van de RUG, op zijn zestiende in een landelijke verzamelbundel van scholieren debuteerde. Dat smaakte naar meer.
Wat was begonnen als een gewone lesopdracht groeide langzaam uit tot een succesvol schrijverschap. Met een kort verhaal won hij de Groningse finale van Write Now! en zijn gedicht ‘Mijn oorlog’ mocht hij vorig jaar voordragen bij de dodenherdenking in Westerbork.
Gestimuleerd door dit onverwachte succes ging hij vanuit zijn geboortedorp Thesinge literaire avonden in Groningen bezoeken. Hij ontdekte dat poëzie helemaal niet hoogdravend of duf hoeft te zijn. Jonge Groningse dichters als Sieger M. Geertsema en Kasper Peters spraken hem aan: “Zij gaven me het idee dat poëzie levendig en van deze tijd kan zijn. Het zijn gewoon toffe jongens, die laten zien dat poëzie niet stoffig is maar – in de woorden van Sieger M. Geertsema − juist stof kan doen opwaaien. Niet zozeer door een politiek columnisme maar door mensen te verrassen. Door als een dichter te kijken en verwondering over te brengen.”
Die verwondering vindt hij ook bij een oudere dichter als Rutger Kopland. “Dat is een en al verrassing. Verwondering over mensen en de wereld om hem heen. Hij maakt van dingen die heel dicht bij hem staan iets universeels. Zonder clichés te gebruiken, want dat is de dood voor een gedicht.”

Het klinkt allemaal heel zelfverzekerd. Alsof hij zijn plek in de dichterswereld al voor zijn twintigste heeft gevonden. Maar dat is schijn. “Ik heb echt geen grootse pretenties. Ik ben nog jong. Voor mij is het vooral nog een zoektocht, naar een eigen geluid en een eigen vorm. Ik wil nog veel leren en nieuwe dingen uitproberen.” Niet alleen op literair maar ook op maatschappelijk gebied. Zijn studie sociologie is er geknipt voor. “Het is een lekker brede studie en niet te massaal. Processen in de samenleving interesseren me. Ik lees graag kranten en schrijf ook voor de SoAP, het blad van sociologie. Journalistiek schrijven trekt me wel. Na mijn bachelor wil ik graag de master journalistiek gaan doen.”
Het schrijven gaat de nieuwe huisdichter niet gemakkelijk af. Ieder woordje wordt gewikt en gewogen. “Het paradoxale is dat ik de grote lijnen van een gedicht meestal direct in mijn hoofd heb, maar de precieze inhoud, de vorm, daar kan ik echt maanden mee bezig zijn.”
Neem Herfstsuikernarcose, het gedicht waarmee hij met succes een gooi deed naar het huisdichterschap van de RUG. Dat woord had hij al gebruikt in een onaf gedicht waarover hij niet tevreden was. Er was een basisidee en enkele zinnen zaten al in zijn hoofd. Het contrast tussen stad en platteland zit erin verwerkt en de ervaring van vorig jaar herfst, met zijn eigen start aan de universiteit in een najaar waarin het kwik tot 25 graden steeg.
Het gaat de nieuwe huisdichter om de schoonheid van alledaagse zaken, waar mensen normaal aan voorbij lopen. “Sinds ik dicht, kijk ik anders naar de wereld. Er zijn zoveel potentiële gedichten om je heen. Ik wil mensen mijn ogen lenen. Hen verrassen door hen de schoonheid van details uit het gewone leven te laten zien. Dat lijkt simpel, maar het zit ’m in die schoonheid. Hoe breng je die over? Zonder gebruik te maken van argumenten, puur op gevoel, op klanken, op vorm… Ik vind iets bijzonder, maar hoe bewijs ik zonder argumenten te gebruiken dat het bijzonder is? Het dwingt je om creatief en innovatief te zijn.”
Ook als huisdichter van de RUG zal Jurre van den Berg dicht bij huis blijven. “Ik wil een echte dichter van en voor het huis zijn en niet alleen schrijven over dingen die ik leuk vind. Ik ga op zoek naar zaken die leven op de universiteit, waar iedere student mee te maken heeft.” Dat miste hij wel bij zijn voorganger Veerle Vroon, die erg dicht bij haar eigen leefwereld bleef. Zelf neemt hij zich voor om het komend jaar de universiteit en de studentenwereld met een intensieve blik te volgen. Een huisdichter moet dicht bij zijn doelgroep staan, vindt hij, en soms concessies durven doen aan zijn literaire ambities. “Ik wil het komende studiejaar een dubbele ambassadeur zijn, zowel voor het huis (de universiteit) als voor de poëzie.”
  

 home > huisdichter > Portret Jurre van den Berg