Chinezen integreren maar moeilijk

De stank van frituur

Europese diploma’s zijn geliefd in China en dus komen jaarlijks honderden Chinezen naar Nederland voor hun opleiding. In Groningen komen ze vaak terecht in de Selwerdflats. Maar de Nederlandse studenten vinden hen ongezellige ganggenoten en balen van de vreemde etensgeuren in huis.

Maaike Floor

Ze zeggen niets, sluipen over de gangen, maken stinkende brouwsels in de keuken en hun ‘soortgenoten’ staan voortdurend voor de deur. Chinezen, erg populair zijn ze niet in Selwerd. Een paar maanden geleden werd er op de nieuwsgroep op internet een hevige discussie gevoerd waarin Chinese studenten de volle laag kregen. Bij wijze van toegift werd er nog een wedstrijdje gehouden wie de meeste Chinese studenten op de gang had. Tot een gesprek tussen Nederlandse en Chinese studenten kwam het echter niet. Een student: “Ik spreek de taal niet.” Hoezo, iedereen spreekt toch Engels? “Nee, daar ben ik niet al te best in.”
Frank Vaneker, Folkert van Schagen en Joris van Riel hebben zich niet beziggehouden met de discussie op internet. Chinezen hebben ze wel op hun gang in Selwerd-2 en ja hoor, daar willen ze — met de Champions League op de achtergrond — best wat over vertellen. Vaneker: “Hoeveel hebben we er hier eigenlijk?” Het klinkt alsof hij het over huisdieren heeft. “Vier in drie kamers”, weet Van Riel. “En er komt er nog één bij. Ja, we hebben hier ons eigen Chinatown. Maar ja, ze moeten ergens worden neergepleurd.”
Veel positiefs hebben de studenten niet over ze te melden en behalve ‘die Lassie’ kennen ze de studenten ook niet bij naam. “Er komt geen woord uit”, stelt Vaneker. “En ze lijken allemaal op elkaar.” “De deurbel gaat de hele tijd voor ze”, weet Van Riel te vertellen, “en dan zie je onder die poster op de deur zo’n Chinees hoofdje.” Vaneker: “Als het raak is ben je gewoon portier.” En dan hebben ze het nog niet over hun kookkunsten gehad. Vaneker: “Die lui frituren alles.” Hilbert Michel, een oud-ganggenoot: “Ze maken kip in cola!” Vaneker weer: “Paprika, frituren ze ook.” En Hilbert: “Ze frituren 24 uur per dag.” Van Riel kwam een keer een groep Chinezen tegen in de keuken, toen hij ‘s nachts een glaasje water wilde drinken. “Ik kreeg iets slijmerigs aangeboden, nou ik heb het maar niet opgegeten.”
Ach ja, eigenlijk begrijpen de studenten het ook wel. Het is moeilijk voor ze zo ver van huis. “We hebben toch niets racistisch gezegd hè?” vraagt Michel, die bang is dat hij onacceptabele uitspraken heeft gedaan. “Hebben we ook wat positiefs over de Chinezen te vertellen?” vraagt hij snel, met name om zijn oud-huisgenoten voor stigmatiserende uitspraken te behoeden. “Ze maken nooit lawaai”, stelt van Schagen resoluut. De rest knikt instemmend. “Ach ja”, zegt Vaneker, “je kunt ook geen veertien toffe peren op de gang hebben. We hadden een Chinees die Nederlands sprak, maar die is weg.” Michel: “Nee man, je bedoelt Jessy, die was Indonesisch.”

Onbekend

De RUG heeft goede contacten met China. In de persoon van Xuefei Cao heeft de Groningse universiteit als enige in Nederland een medewerker specifiek voor de contacten in Azië. In 2002 studeerden er 119 Chinese studenten aan de RUG en ook voor opleidingen van de Hanze Hogeschool komt jaarlijks een groep van zo’n vijftig Chinezen naar Nederland. Het is ‘in’ voor Chinezen om in Nederland te studeren. Nederland is niet alleen onbekender en dus interessanter dan Engeland en Amerika, maar ook stukken goedkoper. Toch betalen Chinese studenten nog altijd vele duizenden euro’s om hier te mogen studeren.
Positieve verhalen van pioniers lijken zich snel in China te verspreiden. De kwaliteit van het onderwijs wordt geroemd, net als de rust in het land, maar in de praktijk is het voor Chinese studenten in Nederland niet altijd even makkelijk.
Dustin Siafeng bijvoorbeeld was misschien wel liever in China gebleven, maar zijn vader dacht dat het goed was voor hem om hier te studeren. “Hij is businessman en handelt in zijde en wil graag dat ik de zaak overneem”, vertelt Siafeng berustend. Hij begrijpt zijn vader wel. “Op deze leeftijd hebben we kennis nodig, daarom heb ik mijn leven in China opgegeven. En eigenlijk”, voegt hij er snel aan toe, “is businessman zo slecht nog niet.” Met zijn vriendin Vivian Weidi deelt hij een kamer op dezelfde gang als Vaneker, Van Schagen en Van Riel. Ze hebben geluk gehad, vinden ze zelf. Niet alleen kunnen ze de kosten van hun kamer delen, maar ook hebben ze alle twee een baantje als schoonmaker gevonden.
Hoe sommige Nederlanders over hen denken weten ze niet. Zelf vinden ze Nederlanders best aardig, ondanks de cultuurverschillen. Voetballen op de gang bijvoorbeeld zouden studenten in China nooit doen, stelt Weidi en ook bij hun studie merken ze verschillen. Nederlanders gaan vaak voor de 5,5. Siafeng: “Wij willen juist zo veel mogelijk leren. We betalen niet voor niets zo veel geld.”

Stil

De vooroordelen over Chinezen zijn niet overal even hevig, maar bijna alle Nederlandse studenten erkennen dat ze stil zijn en nauwelijks deel uitmaken van het sociale leven op de gang. Iets wat de Chinese studenten zelf betreuren. “Ik zou graag meer contact met de Nederlanders hebben”, vertelt Fang Zeng, een vriendin van Vivian en Dustin die op een andere gang woont, “maar dat is moeilijk voor ons.”
Voor ze naar Nederland kwam, volgde ze vier jaar een militaire opleiding in China omdat haar vader vroeger graag in het leger had gewild. “Ik ben een stil persoon, gewend om vragen te beantwoorden, niet om zelf een conversatie te beginnen.” Ook op de universiteit vinden Zeng en studiegenote van de master ‘international economics and business’ Yi Zhu het contact wel eens lastig. “We zeggen liever iets indirect, om anderen niet te beledigen, maar dan begrijpen Nederlanders ons niet.”
De studentes hebben regelmatig heimwee. Ze missen het sociale leven in China — de tuinen, het theedrinken en het karaoke — en houden nu eenmaal niet van uitgaan. Zhu: “Dat schijnt hier nogal populair te zijn, maar wat als je de volgende ochtend college hebt?” Zeng: “Het hoort ook niet voor een meisje om veel bier te drinken.” Ook de toekomstdromen van de Chinese meisjes liggen mijlenver verwijderd van die van Nederlandse. Zhu: “Het liefst koop ik later een groot huis voor mijn ouders.”

IJverig

Rieks Bos is coördinator van een van de populaire Engelstalige masterprogramma’s, International Financial Management en ging een aantal keer naar onderwijsbeurzen in China om studenten te werven. “Als we zouden willen, kunnen we ons hele programma vullen met Chinezen. Er is daar een gebrek aan studiemogelijkheden, wijsheid is er erg belangrijk en China is enorm groot, daar zit veel spaargeld.” Het onderwijssysteem in Nederland is flink omschakelen voor de Chinezen. “Ze zijn veel minder gewend aan interactieve vormen, het doorgronden van de stof. Als de tentamenvragen anders zijn dan de oefenvragen, zijn ze soms bijzonder verbaasd.” Dat het ijverige studenten zijn, daar twijfelt Bos niet aan. Ook op avonden en in het weekend studeren ze. “Het spaargeld van de familie mag niet worden verspild.”
Bos heeft de indruk dat de Chinese studenten snel vereenzamen in onze individualistische maatschappij en vindt het belangrijk dat ze hier wegwijs worden gemaakt. “Sommige medewerkers op de universiteit begrijpen niet hoe ze met hen om moeten gaan. Het is belangrijk om ze te helpen, ook als ze iets vragen wat niet over jouw vakgebied gaat. Als je ze hierheen haalt, moet je ook wat voor ze doen.”
Zelf haalt Bos regelmatig studenten op van Schiphol, neemt ze mee naar een winkel met tweedehands kinderfietsen, wijst aan waar Mekka ligt of helpt in beslag genomen pakketjes terug te krijgen. “Dan zit er een vage gedroogde vleessoort in, of de ouders hebben de waarde van het pakketje in Chinese valuta geschreven zonder dat erbij te vermelden.”
Ook Selwerdstudent Richard Etten vindt dat Nederlanders best wat meer voor de Chinezen mogen doen, of in ieder geval één ding niet moeten doen: klagen. “Wat nou stankoverlast? Wat dacht je van de stank van wiet, friet of pizza? Ik houd toevallig van loempia. Veel studenten roepen van alles zonder daarover na te denken, laat staan dat ze het eerst met de Chinese studenten zelf bespreken. Er wordt alleen geklaagd en dát is nu een typische eigenschap van de Nederlandse cultuur.”