Huisjesmelker van het jaar

“Kijk, zo’n jongen met zo’n legerbroek, daar zou ik nooit een kamer aan verhuren”, zegt huisbaas Wim Bulten achter het stuur van z’n Mercedes terreinwagen terwijl hij naar een fietser wijst. “Niet om het een of ander, maar ik denk dat ik Huisjesmelker van het Jaar geworden ben, omdat daar bij Rood van die types zitten. Die mag ik niet.” Een ochtend op pad met een slimme boer, die zijn melkquotum verkocht en in studentenkamers ging.

Jan-Willem Navis

Hij zou z’n kamers niet goed onderhouden, zeiden ze bij de jongerenorganisatie van de sp, Rood. Er waren zo veel klachten over hem (vijf), dat hij zelfs tot Huisjesmelker van het Jaar werd uitgeroepen, afgelopen december. Dat zal hij wel even laten zien, in een studentenhuis aan de A-straat dat hij onlangs van een andere huisbaas kocht. “Dit was echt een zwijnenstal, toen de vorige bewoner eruit ging hadden we tijd om de boel op te knappen. Moet je kijken.”
Het is half tien, dinsdagochtend. Bulten bonst drie keer hard op de deur. “Florian, goedemorgen. Florian?” Hij opent de deur. “O je slaapt nog. Op stap geweest? Ik wil even je kamer laten zien?”
Na vijf minuten is de student klaar om bezoek te ontvangen. “Het was inderdaad laat”, excuseert hij zich.
Zijn zolderkamer ziet er goed uit: groot, met vier nieuwe dakramen en een nieuw keukenblok. “Die hoogslaper hebben we er ook ingezet”, zegt Bulten. “Die moest nog omlaag, want anders had hij niet genoeg ruimte. Hij neemt altijd dikke vrouwen mee naar huis hè”, buldert de huisbaas.
Florian glimlacht minzaam, terwijl hij de slaap uit zijn ogen wrijft. Hij heeft niks te klagen over z’n huisbaas. “Hiervoor was het een vies en donker hol, nu is het perfect.” De andere kamers in het huis worden onder handen genomen wanneer er een nieuwe huurder inkomt, zegt Bulten.

Hij kon het pand overnemen, omdat de vorige huisbaas in onmin leefde met z’n huurders. “Dat kun je ook wel zien: het onderhoud is zwaar verwaarloosd”, zegt hij wijzend op zinken dakplaatjes die tegen lekkage zijn aangebracht. Spotgoedkoop spul, helpt niks. Moet allemaal vernieuwd.”
Dat gaat binnenkort ook gebeuren, maar eerst moet de winkel onderin het pand af. Waar vroeger Galerie Gazendam zat, verrijst nu een broekendump. “Ik probeer de laatste tijd in deze straat voet aan de grond te krijgen. De A-straat wordt het helemaal, namelijk. Wanneer die Westerhaven gaat lopen, weet ik niet, maar dat gebeurt een keer. En dan wordt dit dé verbindingsstraat. Nu lopen er per uur al twee-, drieduizend mensen.” De ruimtes boven café-automatiek Aa-loop worden binnenkort verbouwd tot kamers en hij bezit ook al het pand van de Sixtijnse Kapel en dat daarnaast.

Tot 1992 was Bulten melkveehouder in Oostwolde bij Leek. Hij zag al lange tijd aankomen dat het boerenbedrijf steeds minder lonend zou zijn en verkocht in twee weken voor iets meer dan een half miljoen gulden het melkquotum dat hij in de loop der tijd bij elkaar verzamelde. “Toen zocht ik een investering die direct rendement op zou leveren en kwam ik op kamerverhuur.” Hij oriënteerde zich een paar maanden bij een makelaar en kocht zijn eerste studentenhuis in de Indische buurt. Sinds een paar jaar beheert hij ook winkelpanden. “Daar heb je minder werk mee.” Hij beheert nu honderd panden, waarvan vijftien voor z’n zwager.
Duizend studenten huren bij hem een kamer. Die komen allemaal via-via bij hem terecht. “Ik zet nooit advertenties in de krant en ik bepaal uiteindelijk of iemand een kamer bij mij mag huren. Ik wil zien wat voor vlees ik in de kuip heb. Rustige, nette studenten moeten dat zijn. Ze mogen best feesten, maar het moet geen rotzooi worden.”
In sommige huizen mogen de bewoners een kandidaat voordragen, al gaat dat niet altijd meteen goed. In een huis aan de Oude Ebbingestraat was het bij de vorige eigenaar gebruik dat de bewoners zelf iemand zochten, maar Bulten had al iemand voor de kamer voordat ze daar aan konden beginnen. “Ik wist dat niet en nu mogen ze dat weer doen. Als de kamer maar niet een maand leegstaat.”
Vaak verandert er wel wat als Bulten een huis overneemt. Een meisje in een huis aan de Dirk Huizenga­straat, dat slaperig uit haar kamerdeur hangt: “Vroeger stond de hele gang vol met vuilniszakken.” Als een bewoner hem met dit soort klachten belt, grijpt hij meteen in. “Dat wil ik niet.”
Al is het maar omdat het gedonder oplevert bij de inspectie van de gemeente. “Het is veel te gevaarlijk wanneer er brand uitbreekt. En na Volendam is er geen ambtenaar meer die ook maar iets door de vingers ziet. Het kostte me ’n miljoen gulden om alle huizen brandveilig te maken.” Een keer heeft een studentenhuis van hem in brand gestaan, nadat een brand bij de buren oversloeg. “Ramden ze nog de voordeur d’r uit, terwijl die gewoon op een kier stond.” Bulten is blij dat al zijn panden nu voldoen aan de gemeentelijke eisen. “Stel dat ik een keer naar een brandend huis van mij rijd, dan rijd ik wel met een rustiger gevoel dan wanneer ik weet dat het een zooitje is.”

Niet alle huurders geven hoog op van het onderhoud. “Hij doet wel wat noodzakelijk is om de waarde van het pand op peil te houden, maar niet veel meer”, zegt een anonieme huurster. Ook over de contractkosten zijn klachten. “Ga maar even tweehonderd euro pinnen, dat is toch niet normaal”, klaagt een student.
Bulten: “Wat betaal je dan bij Direct Wonen? Minimaal een maand huur en dat is veel meer dan tweehonderd euro. Ik heb ook m’n kosten. Gisteren nog twee verkeersboetes gehad.”

Bij de vijf klachten over Bulten van de in totaal twintig die Rood ontving, zat ook een klacht over een niet gerepareerde trap. “Dat moet aan de Bilitonstraat zijn, dat is de enige trap die ooit kapot is gegaan. Maar die heb ik gewoon gerepareerd. Hier, wacht even.” Bulten toetst een nummer in op z’n telefoon, terwijl hij zijn Mercedes ML 500 (85.000 euro zonder extra’s) over de Petrus Campersingel stuurt. “Dag Wim, ik zit hier op 1800 meter”, antwoordt de klusjesman vrolijk. “Hoe lang ik over die trap heb gedaan? Een dag of twee, drie.”
“Zie je wel”, zegt de huisbaas, als hij het gesprek afsluit en de muziek van Lucas en Gea weer door de autoradio klinkt. “Hij is keurig gerepareerd. Ik had gezegd dat ik het met een paar weken zou verhelpen en dat is toen ook binnen die tijd gebeurd. Maar ja, dat kost wel een paar dagen tijd.”
“Dat ik gewonnen heb komt volgens mij vooral uit rancune. Omdat ze geen kamer bij mij hebben gekregen. Kijk, zo’n jongen met die legerbroek”, wijst hij een voorbijrijdende fietser aan, “die wil ik er niet in hebben. En sorry dat ik het zeg, maar bij die jongens van Rood zaten ook allemaal van dat soort figuren. Zo zijn ze bij mij uitgekomen, denk ik maar.”
De verkiezing tot Huisjesmelker van het jaar, afgelopen december, doet hem niet al te veel meer. “Het heeft me zelfs al drie huizen opgeleverd. Ik ben gebeld door iemand die ze kwijt wou.”
Toch waren niet alle reacties leuk. “Dat ze mij pakken, oké, maar mijn kinderen werden er op school ook over aangesproken, dat is niet leuk.”
Bij wijze van nieuwjaarsgrap werd bij hem een namaakkoe in de tuin gezet, met de tekst: ‘Achter mij woont mijn baas, huisjesmelkerkampioen, bulten shit en bergen poen’. “Ik heb ’m voor honderd euro verkocht aan iemand die ’m voor een feestje wilde gebruiken. Waarom zou dat niet kunnen, ik ben toch z’n baas?”