UK 06 | 04 oktober 2007 | Jaargang 37

Tjak

Twintig uur honger, en dan kebab

Ook behoefte aan tips over lekkere maaltijden? Zo’n goeie tjak op je bord? Lees deze rubriek, waarin de UK in Groningse studentenkeukens meekijkt tijdens het koken. Vandaag: saç kebab van Ümit Dikili, student informatiekunde die meedoet aan de ramadan. Smakelijk!

Door janita naaijer

“Na ramadan ben je veel gelukkiger”, zegt informatiekundestudent Ümit Dikili (26). Hij zit op de bontgekleurde kussens van zijn traditionele Turkse zithoek. Gisteravond heeft de voorzitter van de Groningse multiculturele studentenvereniging Asia Minor voor het laatst gegeten. “Natuurlijk heb ik vreselijke honger, maar op een bepaald moment blijft het hongergevoel stabiel en wen je eraan”, vertelt hij.
Samen met zijn huisgenoot Cuma Picak (26) is Ümit nu al twee weken aan het vasten. In tegenstelling tot de meeste moslims, staan de jongens ’s nachts niet op om te eten. Cuma en Ümit gaan laat slapen en komen pas uit bed als de zon al ruimschoots aan de hemel staat. Hierdoor eten en drinken ze twintig uur achter elkaar niet. “Vroeger op de middelbare school was het wel lastig”, vertelt Ümit. “Dan moest ik vroeg opstaan en maakte ik lange dagen. Nu kan ik mijn leefritme tijdens de ramadan aanpassen.” Niet-studeren hoort daarbij. “Overdag doe je niet veel omdat je zo’n honger hebt”, legt Ümit uit. “En ’s avonds ook niet”, vult Cuma aan. “Want dan wil je alleen nog maar eten.”
De twee studenten zijn al tweeënhalfjaar jaar huisgenoten. “Veel te lang”, zegt Ümit. “Dan moet jij maar eens afstuderen”, kaatst Cuma terug. Terwijl Ümit de keuken opruimt, vertelt hij dat ze om de dag koken. Turkse gerechten en stamppot blijken favoriet. Trots laat Cuma een aardappelstamper zien.“Zie je wel dat we goed geïntegreerd zijn?”
Ümit begint met het snijden van het vlees. Hij gooit de blokjes in een saç, een platte Turkse pan die hij van zijn moeder meekreeg toen hij op kamers ging. Volgens Ümit valt een saç niet te vergelijken met een wok of koekenpan. “Nee, dat is echt anders”, zegt hij. “Het gerecht hoort bovendien in deze pan en misschien is zelfs de smaak wel beter.”
Terwijl Ümit de laatste hand legt aan zijn saç kebab, schenkt hij twee glazen Salgam-water in. Het rode drankje lijkt sprekend op ranja. Maar Ümit waarschuwt: “Het smaakt anders dan je verwacht, pas op!” Te laat. Salgam-water blijkt zuur te zijn. Heel erg zuur. Ümit vertaalt het etiket. “Het is gemaakt van raapstelensap, azijn en zout.”
Om kwart voor acht schuiven we aan tafel. Tijdens het eten praten we over niets anders dan eten. “Weet je wat lekker is?”, vraagt Ümit. “Soep van het hoofd van een koe. Het smaakt echt geweldig, maar als ik eraan denk, vind ik het ook niet lekker hoor.”
Net zo enthousiast praat hij over één van zijn andere lievelingsrecepten: stamppot boerenkool. Vorige week nog zocht hij op de versafdeling van zijn supermarkt tevergeefs naar de bladgroente. “Hè, is boerenkool een winterproduct? Waarom verbouwen ze dat niet in een kas?” De saç kebab is op en de baklava verschijnt op tafel. Ümit pakt zijn Turkse luit en speelt een paar traditionele nummers. Over twintig uur kan hij stamppot eten. Met boerenkool uit het vriesvak.


Saç Kebab (3 pers)
250 g rundvlees
3 groene pepers
1 ui
3 tomaten
zwarte en rode peper

Snijd het rundvlees in blokjes. Sluit de pan af met een deksel en laat het vlees in eigen vocht garen. Draai het vuur hoger en voeg olie toe. Snij de groene peper in dunne plakjes, de ui in grove reepjes en 3 geschilde tomaten in blokjes. Voeg dit toe aan het vlees en laat het geheel 30 min. garen. Voeg naar smaak zwarte en rode peper toe. Serveer de Saç Kebab met witte rijst en een Turkse herderssalade van tomaat, komkommer, ui, groene peper en limoensap.

| top