UK 09 | 01 november 2007 | Jaargang 37

Neemt de vrouw de macht over?

Volgens demograaf Jan Latten is Nederland op weg naar het matriarchaat

Meer vrouwen dan mannen raken hoogopgeleid. Bij de RUG is dit te zien aan de instroom van nieuwe studenten: 54,9 procent is vrouw. Waar gaat dit naartoe? Deskundigen voorspellen een wereld waarin de vrouw de dienst uitmaakt.

Door jan blaauw en Peter keizer

Vrouwelijke universiteiten, ze bestaan echt. In Canada bijvoorbeeld, het vaderland van de sociologe Melinda Mills. De studentenpopulatie van de Canadese universiteiten bestaat voor ten minste de helft uit vrouwen. Opvallende uitschieter is Gelph University in Ontario, waar liefst 70 procent van de studenten vrouw is. Deze universiteit heeft nu het imago van een female university gekregen, wat onverwachte moeilijkheden oplevert. Mills: “Ze moeten nu echt manieren verzinnen om juist mannen aan te trekken, want een deel van de mannen wil niet naar een female university.” Het is volgens Mills een geval van overheidsbeleid dat averechts uitpakte, want jarenlang heeft de Canadese regering meisjes aangemoedigd een academische opleiding te volgen.
Zover lijkt Nederland nog niet, maar volgens demograaf Jan Latten en politicoloog Malou van Hintum ontstaat hier wel degelijk een samenleving waarin vrouwen de dienst uitmaken. Oorzaak: vrouwen raken hoger opgeleid dan ooit. Mannen worden minder belangrijk en Nederland wordt een matriarchaat, zo voorspellen zij in hun boek Liefde à la carte.
Mills vindt dat de laatste Groningse cijfers internationaal niet opvallen, al is 54,9 procent vrouwen onder de nieuwe studenten wel ietsje hoger dan gemiddeld. Aan de RUG doet ze onderzoek als Rosalind Franklin Fellow bij de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen in de internationaal vergelijkende familiesociologie. Ze juicht de ontwikkeling toe. “In het algemeen is het heel goed voor de vrouwen zelf, want diploma’s zijn een soort protective shield: ze verlenen autonomie en economische zelfredzaamheid.”
Maar ze ziet ook een keerzijde. Een vrouw die de smaak van onafhankelijkheid te pakken krijgt, kan langer in opleiding blijven en daarmee veel levensloopbeslissingen uitstellen: eerste huis, huwelijk, baan, kinderen. “Problematische of ongewenste kinderloosheid hoeft niet, maar dreigt wel. Reken maar uit: de tijd voor meer kinderen is dan heel kort.”
Dat legt uiteraard de nodige druk op de partnerkeuze. Hoogopgeleide vrouwen hebben het relatief moeilijk om een man te vinden, constateert de Groningse psychologe Pieternel Dijkstra. Vrouwen willen liever geen lager opgeleide man, terwijl mannen een lager opgeleide vrouw geen bezwaar vinden. Het zijn ingebakken voorkeuren die volgens de evolutionaire psychologie zijn terug te voeren op het verlangen naar een zo hoog mogelijke kans op overleven. Mannen met een hogere opleiding en status kunnen vrouw en kinderen gemakkelijker onderhouden. “Die voorkeur is eigenlijk niet veranderd. Hoog opgeleide vrouwen willen nog steeds een hoogopgeleide man, ook al kunnen ze hun eigen boontjes zelf wel doppen.”
Hoe vindt die jonge vrouw die hoog opgeleid wordt tegenwoordig haar man? Dijkstra heeft wel een idee, op grond van haar onderzoek uit 1997-2001 naar jaloezie onder Groningse studenten. “Vrouwen kiezen op zelfvertrouwen, sociale vaardigheden en intelligentie. Kenmerken die status-gerelateerd zijn. Die status zelf komt pas later, maar deze eigenschappen gelden als indicatoren voor wie later een betere kans op een betere baan krijgen.”
Dijkstra doceert psychologie op het hbo. Haar partner is Dick Barelds, universitair docent psychologie aan de RUG. Beiden zien een verschil tussen mannen en vrouwen onder de studenten met wie ze te maken hebben. “Vrouwen zijn gemotiveerder, hebben meer zelfdiscipline en doen beter hun best dan mannen.” Samen schreven ze het onlangs verschenen boek Verhoog je relatie-IQ. Op vijf onderdelen kunnen geliefden hun relatie testen en, desgewenst, verbeteren. Welke? Emotionele saamhorigheid, respect, adequaat problemen oplossen, fijne seks, een positieve identiteit.
Ook de lastigste achterstand op mannen knabbelen vrouwen weg: de positie op de arbeidsmarkt. De Groningse bedrijfskundige Peter van der Meer promoveerde in 1993 aan de RUG op een onderzoek naar verdringing op de arbeidsmarkt van mannen door vrouwen. Is dat nu eindelijk zover? “Op het hele plaatje valt dat mee, want de totale werkgelegenheid neemt toe. Maar in veel beroepen, bijvoorbeeld in de dienstensector, zie je wel dat vrouwen mannen eruit concurreren of dat mannen uit die beroepen weglopen. Met name betere sociale vaardigheden van vrouwen maken daar het verschil.”
Van der Meer vindt de cijfers van de RUG passen in het patroon van de “gigantische inhaalslag” waarmee vrouwen al jaren bezig zijn. Zo schreef hij in 2005 op basis van data uit de periode 1990-2000 dat vrouwen het verschil in overscholing met mannen nagenoeg hadden ingelopen. In 2000 deed bijvoorbeeld 38 procent van de vrouwen werk beneden het eigen opleidingsniveau. Voor mannen was dat 36 procent. Overscholing was altijd kenmerk bij uitstek van de hoogopgeleide vrouw: werk accepteren beneden het eigen opleidingsniveau.
Het is een inhaalslag die tijd vergt, benadrukt Van der Meer. Denk aan een bedrijf waar acht procent van de werknemers vertrekt. De groep opvolgers bestaat voor zestig procent uit vrouwen. “Dan duurt het misschien wel twintig jaar voordat vrouwen de posities hebben die tot dan toe alleen door mannen werden bezet.” En is dat wat we nu merken? Is het matriarchaat op komst? Latten heeft een punt, maar volgens Van der Meer is er één maar. “Qua baanniveau hebben jonge vrouwen de jonge mannen nu voorbij gestreefd, maar dit voordeel kunnen ze verliezen wanneer ze veelal part time blijven werken. In de loop van de carrière draait het dan weer om.” Bovendien: “Het zou ook best kunnen dat de mannen nog in actie komen voordat het zover is.”


Albertus, Gyas, overal zet de trend zich door

Voor het eerst in de geschiedenis studeren er in het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs samen meer vrouwen dan mannen, blijkt uit recente gegevens van het CBS. Ook in Groningen zijn steeds meer hoogopgeleide vrouwen te vinden. “We breken record op record”, zegt woordvoerder Jos Speekman over de groeicijfers van de RUG. “Dit jaar hebben zich meer studenten ingeschreven dan vorig jaar. Opmerkelijk is dat het aantal vrouwelijke studenten sterker stijgt dan het aantal mannelijke studenten.”
Het totaal aantal vrouwelijke studenten bij de RUG is op het ogenblik 51,6 procent. Onder de eerstejaars is dat aandeel hoger: 54,9 procent. De vrouwen meldden zich voornamelijk aan bij geneeskunde, sociale wetenschappen, letteren en godsdienstwetenschappen.
Maar, de vrouwen halen ook betere cijfers dan mannen en ze studeren eerder af. Dat blijkt volgens Janneke Bosch-Boesjes, directeur onderwijs bij de rechtenfaculteit, bijvoorbeeld uit een onderzoek naar studievoortgang dat onderwijscentrum UOCG in opdracht van de rechtenfaculteit heeft gedaan. Na drie jaar bleken de mannen 110.2 studiepunten te hebben gehaald en de vrouwen 128.8 punten. “Vrouwen doen het over het algemeen iets beter dan mannen”, aldus Bosch-Boesjes.
Wat merken de Groningse studentenverenigingen van de toename van vrouwelijke studenten die het ook nog eens beter doen? Opmerkelijk is in ieder geval dat zowel Vindicat als Albertus dit jaar een vrouw aan het roer hebben.
Anke Valent is de zesde vrouwelijke preses van Albertus in precies dertig jaar. “Tot vorig jaar werd de preses gevraagd door het oude bestuur. Maar we hebben nu een sollicitatieprocedure.” Het bestuur van de vereniging bestaat uit zeven leden, van wie dit jaar vier vrouwen. “Maar die verhouding kan volgend jaar wel weer anders zijn”, denkt Valent.
Tweederde van de leden van Albertus is op dit moment vrouw. En naast het bestuur staan ook bij de Lustrumcommissie en de Commissie van Beheer vrouwen aan de top. “Het is voor ons altijd lastig om commissies vol te krijgen met mannen, maar dat komt ook doordat er minder mannen zijn. Wel is het volgens mij zo dat mannen procentueel gezien actiever zijn dan de vrouwen.”
Anne Korsten is de tweede vrouwelijke rector van Vindicat, sinds de vereniging in 1969 fuseerde met haar vrouwelijke afdeling Magna Pete. “Hier hebben gewoon nooit veel vrouwen gesolliciteerd. Misschien houden mannen meer van leiding geven”, denkt Korsten. In het aantal vrouwelijke leden merkt Vindicat niet echt een toename. “In de afgelopen vier jaar was er maar een lichte stijging. In 2003 meldden 164 vrouwen zich aan bij Vindicat, in 2007 waren dat er 160. De verhouding man-vrouw gaat ook heel gelijk op, dat is bijna fifty-fifty.”
Het vijftallige bestuur van sportcentrum ACLO bestond in 2004 volledig uit vrouwen. Maar volgens voorzitter Durvina Tanis wisselt de samenstelling sterk. “Vorig jaar was de verdeling in de sportverenigingsbesturen 46 procent vrouw en 54 procent man”, zegt ze. Terwijl van de meer dan 11.000 sporters bij de ACLO 57 procent vrouw is.
Bij roeivereniging Gyas stromen de vrouwen binnen. “Het is ieder jaar weer zo dat de plekken voor de dames eerder vol zijn en er ook meer vrouwen op de reservelijst staan”, vertelt wedstrijd commissaris Harmen Jan van Ark. Bij de eerstejaars leden is de verdeling 60-40, in het voordeel van de vrouwen. “In de latere jaren trekt dat weer bij. Waarom de dames zich in het eerste jaar massaal aanmelden en later eerder vertrekken, weten we niet. Dat proberen we wel te achterhalen. Het vermoeden bestaat dat vrouwen iets meer hebben met de gezelligheid van de vereniging, en mannen meer met de sport.”
Maar volgens Van Ark kan het ook samenhangen met de cultuur van de vereniging. “Of met de KEI-week. Komen er meer vrouwen bij de KEI-week, dan worden automatisch meer vrouwen lid.” Dat beeld wordt bevestigd door Britt Huijpen van het KEI-bestuur. “Afgelopen jaar was 56 procent van de KEI-lopers vrouw.”
Bij roeivereniging Aegir schrijven zich ook meer vrouwen in dan mannen. “Dat is al jaren zo, maar dit jaar merkten we wel een stijging”, zegt preses Simon Boersen. In het eerste jaar zijn 55 procent van de leden vrouw. “Later trekt dat bij. Waardoor dat komt weet ik niet. Mannen zijn over het algemeen wel actiever binnen de vereniging en bij besturen. We hebben ook meer mannelijke roeiers. Maar misschien is roeien gewoon een mannensport.”

| top