UK 32 | 14 mei 2009 | Jaargang 38

Tjak

‘Gegroet zijt gij’, zegt de pater

Ook behoefte aan tips over lekkere maaltijden? Zo’n goeie tjak op je bord? In deze rubriek kijkt de UK tijdens het koken mee in Groningse studentenkeukens. Deze week maakt Amarins Gaastra uit het Moeshoes apple crumble. Smakelijk!

Door dorien vrieling

Op de donkerrode vloerbedekking staat een orgeltje. Tegen het plafond hangen witte doeken en de ruiten zijn van glas-in-lood. Een Indiaas uitziende meneer begroet ons. Straks begint zijn yogaklas in wat de bewoners van het Moeshoes, een voormalig klooster aan de Moesstraat, ‘het kapelletje’ noemen. Dan gaan de rode lampjes op de gang aan, ten teken dat de bewoners stil moeten zijn. Een uur geleden hebben ze nog hun wekelijkse bezinningsmoment gehad in de kapel.
Een paar minuten daarna zet Amarins Gaastra, student bewegingswetenschappen currysoep met bloemkool op tafel. Iedere week kookt er iemand anders, legt ze uit, maar iedereen is erbij. Al kon de zevende huisgenoot, Floortje, vandaag echt niet. De lange tafel in de eetkamer met grasgroene muren is netjes gedekt. Aan het eind staat een kan gerbera’s. “Dat heeft Sietske gedaan,” zegt Gert-Jan Kamphuis, student tandheelkunde licht afkeurend, “die staan hier normaal niet hoor.” Huisgenoot Anne Folkertsma, student SPH, doet of ze haar beker water naar hem gooit. Gert-Jan lacht, “Ja, nou, zo overbodig, bloemen.”
De bewoners doen veel dingen samen. Behalve het bezinningsmoment en avondeten, ontbijten ze bijna iedere ochtend samen. Ieder jaar is er een huisweekend - de laatste keer in Bremen. Tijdens het thuisweekend, ook jaarlijks, klussen ze. Iedereen doet afzonderlijk vrijwilligerswerk, maar ze zoeken ook nog een gezamenlijk project.
Al een tijdje zoeken ze een achtste huisgenoot. “Dit keer een jongen”, lacht Anke Geertsema, student kunsten cultuur en media. Mannelijke huisgenoten zijn niet makkelijk te vinden. En deze moet liefst gelovig zijn of in elk geval geïnteresseerd in levensbeschouwing.
Voor het toetje wordt er eerst even afgewassen. Tijd voor een rondleiding door de tuin. Er is een stenen stookplaats, fruitbomen met roze bloesem, een kas met verse kruiden. In een vogelkooi van zo’n drie meter breed en een paar meter hoog huist Poes, een zwartwit gevlekt konijn. Gert-Jan: “Pas op, ze bijt.”
Behalve de studenten woont er ook nog een frater in het huis. “Hij loopt niet in een pij of zo, en brouwt ook geen abdijbiertjes”, zegt Anke, “je ziet hem soms op de gang. Dan zegt hij: ‘Gegroet zijt gij.’”
Dan is er nog een lerares die tijdelijke woonruimte zocht en nu al een paar maanden blijft. En een asielzoeker, die de tuin onderhoudt en lekker kan koken. Sietske: “Soms geeft ie tips: meer zout in de pasta, ‘much nicer!’.” Tijdens het eten van de Apple crumble, die nog warm is, komt hij even binnen. Of hij ook een stukje wil? “No, thank you.”


Apple crumble

700 gram geschilde friszure appels (Jonagold)
250 gram bloem
160 gram boter
Suiker
Halve citroen
Kaneel

Snij de appels in blokjes. Vermeng met 25 gram suiker, het sap van de halve citroen en een vleugje kaneel. Verdeel over de bodem van een ovenschaal. Knijp bloem, boter, 40 gram suiker en een mespunt zout tot een kruimelig deeg en strooi het over het mengsel. Zet de ovenschaal in de voorverwarmde oven (180 graden) en bak ongeveer 30 minuten. De crumble is klaar als het deeg goudbruin gekleurd is. Serveer met slagroom, ijs en kaneel.

| top